Verschillende gedragstijlen en rollen

15 sep 2020

Auteur: Bernoud A.J. Jonker MBA

Tijdens serious gaming worden spelers bijna altijd zichzelf. Hierdoor krijgen deelnemers een goed beeld van zichzelf en kunnen de spelleiders/coaches de deelnemers goed helpen dat beeld te verdiepen. De kracht is dat deelnemers als compleet geheel gezien kunnen worden. De rijkdom die dat beeld oplevert is mooi, soms is het handiger om dit te terug te brengen tot gedragsstijlen en bijvoorbeeld typische rollen. Voor gedragsstijlen is DISC geschikt, een verdere verdieping van rollen kan op basis van Quinn.

De oorsprong van DISC

Het DISC model is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Dr. William Moulton Marston (1893-1947). In zijn boek Emotions of Normal People beschrijft hij dit waarbij hij onderscheid tussen actief en passief gedrag, en hoe mensen hun omgeving ervaren: als vijandig of als goedgezind. Dit leidde tot een beschrijving van de vier fundamentele gedragsstijlen van DISC.

Het DISC model
 
Het moderne DISC model is iets aangepast en bestaat uit twee assen. Indirect tegenover Direct en Taakgericht tegenover Mensgericht.
 
 
  • De verticale-as (Direct/Indirect) geeft de snelheid en kracht aan waarmee iemand communiceert. Ben je meer indirect (introvert) dan ben je wat bedachtzamer, rustiger, prikkelgevoelig en wil je even nadenken voordat je wat zegt. Ben je meer direct (extravert) dan geef je sneller antwoord, heb je prikkels nodig en ben je verbaal, en ook qua lichaamshouding, meer aanwezig.
  • De horizontale-as (Taakgericht/Mensgericht) geeft aan hoe gunstig of wantrouwig iemand reageert op zijn omgeving. Ben je meer taakgericht (controlerend) dan laat je je meer leiden door feiten en argumenten, en wantrouw je de situatie enigszins totdat het tegendeel bewezen is. Ben je meer mensgericht (relaterend) dan kies je meer op gevoel en geef je eerder het vertrouwen aan anderen.

De 4 DISC gedragsstijlen
 
Combineer je beide assen dan krijg je de 4 gedragsstijlen van het DISC model: Dominant, Interactief, Stabiel en Consciëntieus:
  • Dominant - direct en taakgericht: Hoe je omgaat met problemen en uitdagingen.
  • Interactief -  direct en mensgericht: Hoe je omgaat met anderen (beïnvloeden van je omgeving).
  • Stabiel - indirect en mensgericht: Hoe je omgaat met verandering en het tempo hiervan.
  • Consciëntieus - indirect en taakgericht: Hoe je omgaat met regels, afspraken en beperkingen.
Tijdens (serious) gaming worden deze stijlen ook duidelijk waarneembaar. Als een volgende stap gaan we de gedragsstijlen in meer detail beschrijven en koppelen we iedere gedragsstijl aan rollen:

Taakgerichte rollen
 
Dit zijn rollen gericht op het zo efficiënt mogelijk inrichten van de (werk)processen. Bij taakgerichte rollen staan begrippen als standaardisatie van processen, procedures, interne controles, productienormen en taakspecialisatie centraal. De rol van controleur en die van coördinator hebben daarmee een sterke interne focus. Stabiliteit en continuïteit zijn hier de belangrijkste doelen van de manager. 
 
  • Controleur (consciëntieus, taakgericht en indirect); deze rol noemen ze ook wel die van de informatieverwerker omdat de controleur grote informatiestromen moet kunnen verwerken. De controleur kent de werkprocessen tot in detail. De controleur analyseert de processen en productiegegevens om nieuwe doelstellingen te bepalen. En zoekt oplossingen als er zich problemen voor doen.
  • Coördinator (dominant, taakgericht en direct); deze rol is verantwoordelijk voor het toedelen van de verschillende resources aan de verschillende afdelingen (plannen en budgetteren). De coördinator ontwerpt het voortbrengingsproces en zorgt ervoor dat processen over de afdelingen heen op elkaar zijn afgestemd (logistiek).
 
Mensgerichte rollen
 
Dit zijn rollen die de motivatie, loyaliteit, integriteit, inspiratie en normen en waarden van medewerkers beïnvloeden. De nadruk ligt op het creëren van een motiverende omgeving. Bij mensgerichte rollen staan begrippen als zelfstandigheid, persoonlijke ontwikkeling, zorg voor elkaar, betrokkenheid en coaching centraal.

  • Mentor (stabiel, mensgericht en indirect); bij de mentor staat de ontwikkeling van de medewerker centraal. De mentor heeft aandacht en zorg voor de medewerker en probeert samen met de medewerker de persoonlijke effectiviteit van de medewerker te vergroten. De mentor is een coach die de medewerker uitdaagt om meer uit zichzelf te halen.
  • Inspirator (interactief, mensgericht en direct); deze rol wordt ook wel als teambouwer of stimulator aangeduid. De inspirator creëert een gezamenlijk doel. De inspirator is verder verantwoordelijk voor een goede samenwerking, en teamgeest en bemiddelt bij conflicten. De inspirator draagt zo bij aan een motiverende en stimulerende werkomgeving.
 
Resultaatgerichte rollen
 
Dit zijn rollen die doelgericht zijn waarbij de manager de medewerker aan door concrete doelen te formuleren en deze duidelijk aan de medewerker op te leggen. Bij resultaatgerichte sturing staan begrippen als heldere doelstellingen, monitoring, succes, klantgerichtheid, directe sturing, prestatiebeloning en onderlinge competitie centraal.
 
  • Producent (dominant, taakgericht en direct); in deze rol jaagt de manager met zijn of haar gedrevenheid de medewerkers op om de productiviteit steeds verder te verhogen. Dit doet de manager door duidelijke doelen vast te stellen en de resultaten van de medewerkers onderling te vergelijken. De manager motiveert de medewerkers door deze te ‘bezielen’. Moedigt proactief handelen aan en beloont extra inzet.
  • Bestuurder (consciëntieus, taakgericht en indirect); de zogenaamde rol als koersbepaler richt zich enerzijds op de markt en het concurrentievermogen van de organisatie. Waar zit het gat in de markt, wie is onze klant en hoe gaan we deze bedienen. Anderzijds vertaalt de bestuurder de externe focus in intern beleid en monitort of het beleid wordt uitgevoerd en de doelstellingen worden gehaald.
 
Innovatieve rollen
 
Dit zijn rollen waarbij de manager de organisatie en haar medewerkers zo aanstuurt dat de organisatie flexibel op veranderingen in de markt en omgeving kan inspelen. In een op creatie gerichte organisatie staan begrippen als flexibiliteit, decentralisatie, organisatieontwikkeling, ondernemerschap, experimenteren, verandermanagement en projectorganisatie centraal.
 
  • Innovator (interactief, mensgericht en direct); in de rol van innovator kijkt de manager vooruit en stimuleert en faciliteert de manager de medewerkers om kansen te vertalen in nieuwe ontwikkelingen. De manager is verantwoordelijk voor een creatieve werkomgeving en geeft de medewerkers de ruimte om te experimenten en te innoveren. In de rol van innovator is de manager ook verantwoordelijk voor het zorgvuldig doorvoeren van veranderingen.
  • Bemiddelaar (stabiel, mensgericht en indirect); in deze rol is de manager de zogenaamde netwerker van de organisatie. De manager onderhoudt de contacten met de buitenwereld. De manager vertegenwoordigt de organisatie naar buiten en is daarmee een belangrijk boegbeeld van de organisatie. In die hoedanigheid onderkent de manager de verschillende belangen, begrijpt hij of zij de dynamiek van relaties en kan de manager goed onderhandelen.
Op deze manier kunnen er 8 rollen in het DISC model geplot worden:
 
 
Nog even alle rollen kort op een rijtje:

  • Controleur = accuraat, formeel, todo-lijstjes, notulen.
    • Positief = perfectie, detail
    • Negatief = halen van deadlines
    • Motivatie = opbouwen van kennis
  • Coördinator = actie, informeel, beïnvloeden.
    • Positief is motivatie, snelheid, open communicatie.
    • Negatief = geduld.
    • Motivatie is verbetering.
  • Mentor = ondersteuning, frequentie, persoonlijk, informeel.
    • Positief = Team speler, empathie
    • Negatief = delegeren, uitdaging
    • Motivatie = sociaal contact
  • Inspirator = enthousiast, informeel, afdwalend.
    • Positief enthousiasme, plezier
    • Negatief = kwaliteit, afmaken
    • Motivatie = plezier
  • Producent = resultaat, veeleisend, actie, plannen.
    • Positief = focus, actie
    • Negatief = sociale vaardigheden
    • Motivatie = winnen
  • Bestuurder = uitdaging, projecten, plannen.
    • Positief = plannen, conflicten
    • Negatief = diplomatiek, team
    • Motivatie = uitdaging
  • Innovator = samenwerking, open, persoonlijk, face-to-face.
    • Positief = teambouwer
    • Negatief = conflict
    • Motivator = relaties
  • Bemiddelaar =stabiel, formeel, doelen.
    • Positief = stabiliteit, vertrouwen
    • Negatief = verandering
    • Motivatie = prestatie

Voeg een reactie toe

(c) 2005-2021  JBMS Serious gaming - Serious gaming, serious learning - De kracht van beleving